Blz. 4 Herkennen van

 
 Herkennen van een gierzwaluw
 
 
 In de lucht lijkt het silhouet van de gierzwaluw op een ankertje. De vleugelpunten zijn
 
 naar achteren gericht en de staart is kort en gevorkt.
 
   
 
Afbeelding invoegen                                                                                 Het lichaam is kort en spoelvormig,
 
                                                                                 ongeveer 18 cm lang, ideaal
 
                                                                                 ideaal gestroomlijnd om altijd in de lucht te zijn.
 
 
Afbeelding invoegenDe vleugels hebben een spanwijdte van ruim 40 cm en zijn
 
sikkelvormig.  Samengevouwen reiken de vleugels meer dan
 
3 cm voorbij de staart. Met die vleugels kunnen ze snelheden
 
van meer dan 100 km per uur halen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De vlucht hangt af van de bezigheid. Tijdens het foerageren worden zweefvluchten afgewisseld met korte vleugelslagen en
 
 zwenkingen. Bij balts en sociaal gedrag gebruiken ze verschillende vleugelstanden.  
 
 
   
Afbeelding invoegen
De ogen zijn groot en liggen diep in hun kassen. Om de ogen te beschermen tegen
 
uitdrogen en zwevende stofdeeltjes worden ze beschermd door korte, stijve,
 
haarachtige veertjes.   
 
 
 
 
 
 
De kleur van het verenpak is donkerbruin tot roetzwart.
 
De keel is bij jonge vogels wit en bij oudere vogels vuil wit.   
 
 
Foto    Harrie van Berkel 
 
 
 
 De snavel is kort en breed. De bek kan echter opengesperd worden tot voorbij het oog.
 
 
                                                                                                                                                                                                                                    foto                                              Harrie van Berkel
 De poten zijn kort. Ze hebben vier naar voren gerichte tenen die zijn voorzien van scherpe Afbeelding invoegen
 
 nagels.
 
 Hiermee kunnen ze zich vastklampen aan de verticale want bij hun broedplaats.
  
 Door de uitwendige korte poten kunnen gierzwaluwen niet goed lopen. Het is onmogelijk
 
 voor gierzwaluwen om op een tak te gaan zitten of om op de rand van een dak te landen.
 
 Ze hebben op de grond niets te zoeken, hun bouw is helemaal gericht op het vliegen.
 
 Een gierzwaluw kan door de combinatie van korte pootjes en lange vleugels moeilijk van
 
 de grond opstijgen als hij daar per ongeluk terecht gekomen is.
 
 Het zijn meestal jonge vogels of verzwakte oudervogels die op de grond gevonden worden.
 
 Een gezonde volwassen vogel kan als er voldoende ruimte is om op te stijgen zelfstandig
 
 het luchtruim kiezen.
 
 
 Gooi een gevonden gierzwaluw NOOIT in de lucht!!!     Zie blz. 14.
 
 
 De roep klinkt als een gierend geluid, een luid 'srie, srie, srie.........'
 
                                                                                                            
                                                                                                                                               
 Gierzwaluwgeluid:          klik    hier                                                                             
 
   
                                                                            Home