Blz. 7 Broeden en voeden

 
 Broeden en voeden
 
 
 Medio mei legt het vrouwtje 2 tot 3 eitjes. De ouders broeden om beurten. Regelmatig zitten ze beide samen op het nest.
 
 Na 19 tot 21 dagen komen de jongen uit. Het naakte roze lijfje van het jong bestaat hoofdzakelijk uit een opgezwollen buik.  
                                                                                                                                                                                                                                    foto                                                  Henk Haans              
Afbeelding invoegen De vleugels lijken op die van een pinqun, de snavel is abnormaal groot, de poten zij kort en
 
 dik en voorzien van lange tenen. Ze hebben een enorme bek die voortdurend gevuld moet
 
 worden met voedsel. De oudervogels vliegen rond om vliegende insecten te verzamelen.
 
 De gierzwaluw vliegt niet met ieder insect of spinnetje terug naar het nest maar bewaard de
                                                                                                                                         foto                                                    Henk Haans
 insecten in zijn of haar keelzak. Hier worden ze met    Afbeelding invoegen  
 
 speeksel samengeperst tot één voedselbal van
 
 1 tot 2 gram.
 
 De inhoud van zo'n voedselbal is wel eens uitgeplozen
 
 en men trof daarin behalve vliegen, ook bladluizen,
 
 gevleugelde mieren, spinnetjes, kevers en andere
 
 insecten aan, In totaal 500 insecten.
  
 
 foto's inhoud voedselbal zie:   Eilenbergkolonie
 
 
 Op een mooie zomerdag met veel insecten in de lucht kunnen de ouders 40 balletjes naar het nest brengen. Opgeteld bij de
 
 insecten die zij zelf eten kan een gierzwaluwpaar met jongen per dag meer dan 20.000 insecten verorberen!  De oudervogels
 
 blijven in de buurt van de nestplaats, zoeken de insecten hoog in de lucht en brengen om beurten voedsel naar de jongen.
 
 Eerst worden de voedselballen in stukjes verdeeld, later slikken de jongen deze in hun geheel door. In warme zomers zijn er    
 
 veel insecten. Er is dan volop voedsel en de jongen groeien snel.
 
 
 Maar bij slecht weer, en dus weinig insecten, breken er moeilijke tijden aan. Gierzwaluwen voelen waarschijnlijk van tevoren
 
 dat er een slecht-weer-periode aankomt. De ouders blijven zo lang mogelijk bij de jongen op het nest. Als er echt geen insecten
 
 meer te vinden zijn verlaten ze de jongen en trekken soms 1.000 km verder naar gebieden waar het wel mooi weer is.
 
 De jongen vogels kunnen enkele dagen zonder voedsel. Ze raken in een soort winterslaap, waarbij hun temperatuur daalt en
 
 hun ademhaling en hartslag vertragen. Hierdoor verbruiken ze minder energie en zo kunnen ze enkele dagen op hun reserves
 
 teren. Als de ouders binnen die tijd terugkeren en er weer voldoende voedsel is, overleven de jongen deze period van vasten.
 
 Dit gedrag is natuurlijk in het belang van het voortbestaan van de soort, want als de oudervogels zouden omkomen door
 
 voedselgebrek gaan de jongen zeker dood. Wanneer de ouders overleven kunnen ze het jaar daarop opnieuw proberen
 
 een nest groot te brengen.    
 
 
 Onder normale omstandigheden blijven jongen gierzwaluwen 40 dagen op het nest. Tijdens slechte, koude zomers duurt het
 
 vaak enkele dagen langer voor ze uitvliegen. De nesttijd is veel langer dan bij andere vogelsoorten omdat jonge gierzwaluwen
 
 bij het verlaten van het nest direct goede vliegers moeten zijn. Ze komen niet meer op het nest en zijn vanaf dat moment
 
 onafhankelijk van de ouders. De jonge vogels landen waarschijnlijk pas na 2 of 3 jaar als ze zelf geslachtsrijp zijn en gaan
 
 nestelen.
 
 De laatste week zitten de jonge vogels langdurig in de nestopening. Ze bekijken hun omgeving en kijken waarschijnlijk ook
 
 hoe ze het beste hun nest kunnen verlaten. 
 
 Ze oefenen hun vleugels en borstspieren in het nest door zich op de vleugeltoppen op te drukken.
 
 Jonge gierzwaluwen verlaten het nest bijna altijd tegen de avond of in het donker, misschien om de kans te verminderen door
 
 roofvogels geslagen te worden. Ze stijgen dan meteen op naar tweeduizend meter om in de dagen daarna rechtstreeks door te
 
 vliegen naar het overwinteringsgebied in Afrika.
 
 Als de ouders bij terugkeer op het nest merken dat de jongen zijn uitgevlogen blijven ze soms nog een paar dagen op het nest,
 
 mogelijk om op krachten te komen. Ze verlaten dan beide of één voor één het nest en vertrekken naar Afrika en zien elkaar het
 
 volgende jaar in Nederland weer terug.
 
 
 
                                                                                          Home