Flora en Faunawet

januari, Soortenstandaard - gierzwaluw

De Flora- en faunawet zorgt voor een wettelijke bescherming van (bedreigde) plant en diersoorten. Het is bijvoorbeeld verboden om deze beschermde soorten te doden, te vernielen of te verplaatsen. Maar er zijn uitzonderingen mogelijk, de overheid kan besluiten om onder voorwaarden een ontheffing te verlenen. Bij beschermde planten en dieren geldt het "Nee, tenzijĒ principe. Voor een aantal beschermde soorten is een soortenstandaard ontwikkeld. Hierin kun je snel en overzichtelijk terugvinden wat onder welke voorwaarden mag en hoe je een ontheffing kunt aanvragen.
 
Naar pdf soortenstandaard gierzwaluw

 

 

GIERZWALUWEN EN DE WET
 
 Flora en Faunawet 2002
In 2002 is de Flora en Faunawet in werking getreden. Hierin is ondermeer opgenomen dat broedende vogels, hun nesten, eieren en jongen niet verstoord mogen worden. Werkzaamheden, zowel aan gebouwen maar ook groenonderhoud e.d. moeten dus nauwkeurig gepland worden. In 2007 kwam er een aanpassing (artikel 11) waardoor gierzwaluwnesten gedurende het hele jaar beschermd zijn, dus ook als de vogels in hun wintergebied zijn.
 
Bouwbesluit 2003
Het Bouwbesluit van 2003 wordt wel genoemd als één van de mogelijke veroorzakers van de daling van stadsvogels die afhankelijk zijn van onze huizen om te broeden zoals gierzwaluwenen huismussen. Dit berust op een misverstand. De laatste jaren zijn inderdaad veel nieuwbouwwoningen met beroep op eisen uit het Bouwbesluit 2003 ontoegankelijk gemaakt voor vogels. Dit berust echter op een onjuiste interpretatie van een voorschrift uit het Bouwbesluit 2003. Uit oogpunt van de (volks)gezondheid bevat het Bouwbesluit 2003 bouwvoorschriften om te voorkomen dat ratten en muizen ongehinderd een gebouw binnen kunnen komen, omdat deze dieren schade kunnen aanrichten en ziekten kunnen verspreiden. Daarom bevat het artikel 3.115 van het Bouwbesluit 2003 het voorschrift voor nieuwe gebouwen dat een uitwendige scheidingsconstructie, zoals een gevel, een muur en een dak, geen openingen mag hebben die breder zijn dan 0,01 m. Dit voorschrift blijkt aanleiding te zijn voor het misverstand dat een gebouw dus geen openingen in de gevel of in het dak zou mogen hebben. Dit is echter absoluut niet het geval. Een opening in een muur of een dak mag best breder zijn dan 0,01 m als deze opening maar niet in verbinding staat met de binnenruimte.
Het Bouwbesluit 2003 verbiedt noch stimuleert het bieden van nestgelegenheid.
 
Momenteel wordt het bieden van nestgelegenheid zelfs gestimuleerd als onderdeel van het nationale pakket voor duurzaam bouwen dat in veel gemeenten wordt toegepast bij nieuwbouwwoningen.
 
Gedragscode Flora en Faunawet voor de bouw- en ontwikkelsector 2006
 De sectororganisaties Bouwend Nederland (bouwondernemers) en NEPROM (projectontwikkelaars) moesten door de Flora en Faunawet zeer regelmatig ontheffing aan vragen voor bepaalde werkzaamheden. Dit kost tijd en geld. Door zich te houden aan een goedgekeurde gedragscode hoeft men nu in een groot aantal gevallen niet meer apart ontheffing aan te vragen waardoor er efficiŽnter gewerkt kan worden.
Het gaat hierbij om twee aspecten:
  •  een algemene zorgplicht ten aanzien van alle in het wild levende planten- en diersoorten
  • ∑ een bijzondere bescherming van soorten die extra kwetsbaar zijn.
Goedkeuring Gedragscode 2009
De gedragscode voor de bouw- en ontwikkelsector is in 2009 door Gerda Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurd, echter wel met enkele aanvullingen.
 
Belangrijk voor ons hierin is het volgende:
  • Noch de EU-Vogelrichtlijn, noch de Flora en Faunawet geven een ondubbelzinnige definitie van "nest'. Volgens het goedkeuringsbesluit moet ook de functionele omgeving tot het nest gerekend worden, voor zover het broedsucces hiervan afhankelijk is
  • Op de volgende categorieŽn van nesten zijn de verbodsbepalingen van artikel 11 echter ook buiten het broedseizoen van toepassing:

1. nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil);

2. nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer          honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus);
 
3. nesten van vogels, zijn de geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk)
 
4. nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).
 
 Kort gezegd:
 
ē IN HET BROEDSEIZOEN ZIJN VERSTORING VAN NEST EN DIRECTE OMGEVING NIET TOEGESTAAN! HET SLOPEN OF RENOVEREN VAN GEBOUWEN WAARIN GIERZWALUWEN BROEDEN IS DAN VERBODEN.
ē NESTEN VAN GIERZWALUWEN ZIJN HET HELE JAAR BESCHERMD! WANNEER HET NIET TE VOORKOMEN IS DAT NESTEN VERDWIJNEN DAN MOET ER VERVANGENDE NESTGELEGENHEID AANGEBRACHT WORDEN.
 
Meer informatie hierover kunt U vinden op www.vogelsendewet.nl
 
Voor vragen en meldingen:
Algemene Inspectie Dienst (AID), groendesk                              030-6692640
                                                                                                           045-5466230 (buiten kantooruren)
                                                                     
                                                                                                           aid-groendesk
                                                                                                         Home